Historie
Niet zo ver van het onzichtbare kruispunt van de Romeinse wegen van Xanten naar Trier en van Keulen naar Boulogne-sur-Mer staat in Heerlen het gebouw SCHUNCK. Ook wie, bij oppervlakkige beschouwing, denkt dat het lijkt op de lelijke glazen dozen die overal in Europa langs snelwegen zijn verrezen, zou het bij een tweede blik wel eens eens kunnen zijn met de mening dat het hier gaat om een buitengewoon kunstwerk en een voorbeeld van artistiek samenspel tussen bouwheer, bestuurder en bouwmeester. Kortom: een gebouw om trots op te zijn.Een greep uit de vele feiten en gevoelens die onlosmakelijk verbonden zijn met het gebouw SCHUNCK, dat in de volksmond het Glaspaleis wordt genoemd.
Auteurs
De architect van het in 1933 ontworpen Glaspaleis, Ir. F.P.J. (Frits) Peutz werd in 1896 geboren in Uithuizen. Hij was een architect met een hardnekkig gevoel voor nieuwe materie. Peutz realiseerde het merendeel van zijn oeuvre in Heerlen, hij deed mee aan wedstrijden en tentoonstellingen en ontving in 1966 de Burgemeester van Grunsvenprijs.Medeauteur van het Glaspaleis is Marcel van Grunsven, burgemeester van Heerlen van 1926 tot 1962. Hij stuurde het centrum van de Mijnstreek in het spoor van de avant-garde en had grootse plannen met de stad. Hij trok ontwerpers aan die stedenbouw en architectuur vooral als culturele activiteit zagen en het Glaspaleis is daar een afspiegeling van.
De derde auteur is de ambitieuze ondernemer Peter Schunck (1873-1960). Hij gaf in de donkere crisisjaren opdracht voor de bouw van een gestapelde marktplaats waarin veel daglicht kon doordringen; intensief ruimtegebruik avant la lettre.
|
|


Share